zondag 29 maart 2009

Dinsdag 24 maart: Wellington-Waitomo








Een hele rit voor de boeg: een dikke 500km naar de Waitomo Caves... dit was een heel bewuste keuze. Aangezien we het centraal deel van het Noord-eiland reeds gedaan hadden, wouden we immers zo snel mogelijk naar het noorden om Bay of Island te kunnen bezoeken.


Lang in de auto zitten, is naar ieders mening misschien saai maar als het aan de Yankee en kiwikimmi ligt, gaat deze stelling niet op. Deze rit werd nog minder saai door ietsje anders ... we zaten zo goed als zonder benzine. In Nieuw-Zeeland hebben ze de goede gewoonte niet veel benzinestations te bouwen ... of anders gezegd, om ze zeer geconcentreerd neer te poten. Regelmatig kwam je een bord tegen: ‘no fuel for 150km' ... en blijkbaar hadden we dat bordje nu gemist ... en dat in een berglandschap. Wat een thriller! Had ik zo zuinig niet gereden, we hadden het nooit gehaald. Om onze goede ouwe Bones (lees: zo heet ons spaceship) te bedanken, hebben wij als ode uit volle borst ‘Ik ben verliefd op jou’ van Paul Severs gezongen ... en tijdens deze nachtmerrierit heb ik nog een andere belofte gemaakt: als Bones zijn best doet en het haalt, geef ik hem een lapdance cadeau ... belofte maakt schuld! Ach wat, het heeft blijkbaar toch geholpen!

Het werd een prachtige rit die we afsloten met een korte bushwalk: de zogenaamde Ruakuri Tunnels Bushwalk. Echt schitterend, een labyrinth van paadjes en tunnels in het regenwoud. Omdat wij –kuch kuch arme studentjes- uiteraard op ons centen zitten, besloten we op de parking vlakbij deze wandeling te overnachten. Opnieuw een prachtige locatie. De avond werd redelijk ludiek. Terwijl wij ons naar goede gewoonte volpropten met look-chips en malibu/rode wijn als aperitief, maakten we de sfeer extra aangenaam door foute muziek op te leggen. Kortom, we maakten er een beetje een privé-bal-marginal van. Chance dat we daar alleen waren... alé, misschien toch niet helemaal. Nu en dan kwam er toch een nietsvermoedende ziel de parking opgereden met een blik als ‘hmm, alweer een toerist die te veel repellent gebruikt heeft’;-) !

zondag 22 maart 2009

Zondag 22 maart : Hanmer Springs


Vroeg uit de veren, vandaag naar de Hanmer-springs! En het belooft opnieuw een actieve dag te worden: eerst en vooral een wandeling naar de top van de Conical Hill die ons uitzicht bood over de regio. Hierna volgde een activiteit die mijn schuunbroere zal doen schuimbekken: een quad-rit! Tussen haakskes, het was –na een paar onderonsjes met de struiken- toch niet super mijn ding. Niettemin, het was plezant, vooral als je de toeren van de teamgenoten eens bekeek. Jannicke ging er naar goede gewoonte weer helemaal voor en belandde eerst eens met quad en al op haar zij (ik moet echt dringend een vent voor haar zoeken) en nog een andere keer zat haar arme quad volledig vast gereden. Van een dikkertje –een van de andere teamgenoten dus- zag ik op een gegeven moment alleen een stipje ergens in de bosjes naast ons … meneer had zijn bocht een beetje verkeerd ingeschat, echt hilarisch!
Iets wat nog veel hilarischer was, waren onze outfits! Mijn eerste reactie tegen mijn Nieuw-Zeelandse collega was "My God, I look like a farmer!" ... maar als we wat verder nadachten, leken we eerder op iets anders: we leken als twee druppels waters op gedetineerden onderweg naar de akkers voor een dag hard labeur ... volgens mij doen die lui die zich bezig houden met toeristische trips, dat expres ...om achteraf deel te nemen aan 'New-Zealands most stupid tourist' of zoiets.


intermezzo: wedstrijdje wc-poses imiteren. And the winners are:



Kim voor de kleine boodschap

... en Jannicke Hurtekant voor de grote boodschap!

Laatste activiteit van dag: gaan uitrusten in nog maar eens warmwaterbronnen (waar jannicke –dit geheel ter zijde- al bijna de mannenkleedkamers was binnen gewandeld)…aaah, ik begin dit gewoon te worden!

Zaterdag 21 maart: Dunedin-Christchurch

Hoe snel je het niet ergens gewoon bent! Na een heerlijk pannenkoekenontbijt namen we afscheid van Tom (en het bed … en de warme douche … boehoehoe).


... en reden we door naar Christchurch …waar onze gps zo vriendelijk geweest is ons te doen spookrijden. Bijzonder saai auto-dagje –op de Moeraki-boulders na- … gelukkig luisterden onze goede Vlaamse Slagervrienden het geheel wat op!


Vrijdag 20 maart: Otago Peninsula (Dunedin)

Je kan geen beter gids hebben dan een local. Tom had alle mooie plekjes van het Otago Peninsula voor ons uitgestippeld. Het werden prachtige strandwandelingen met uitzicht op mooie beestjes


… die jammer genoeg niet altijd even vriendelijk waren. Op een gegeven moment blokkeerde deze rakker ons de weg … en hij had een ochtendhumeur alsof hij net was wakker geworden naast die kwaaie kiwi die we een paar dagen geleden waren tegengekomen. Gelukkig waren de andere beestjes iets toegeeflijker: albatrossen en meer pinguins!
Ik moet zeggen, er zijn ergere plaatsen om te leven, Tom heeft dit goed gedaan ;-).



We kwamen ook iets interessants te weten: het zandvliegen-mysterie! Anna heeft dit even opgeklaard, deze venijnigaards zien er blijkbaar uit als uit de kluiten gewassen fruitvliegskes ... TOINK, valt onze dollar nu even.. tijdens onze avondlijke queestes hebben we voor bepaalde stakkertjes een uitzondering gemaakt, wat doen fruitvliegjes nuin godsnaam verkeerd?


Donderdag 19 maart: Invercargill-Dunedin

Zo gezegd, zo gedaan, deze ochtend hebben we volledig gratis een van de lekkerste eitjes gegeten die ik ooit heb binnen gespeeld. Ook heb ik nog wat contacten gesmeed voor mijn verbijf in Auckland, blijkbaar woont de zoon van onze aimabele barman daar. Spijt dat ik niet langer in deze contradictorische stad kan blijven …maar we moeten door, en wel naar een familielid van mij, Tom. Er stond een prachtige rit op het programma via de ‘Catlins’ … jammer genoeg is dit een beetje letterlijk en figuurlijk in het water gevallen: het heeft gegoten, gewaaid en al wat je wil.. en toch zagen we dat onder al die mist, fantastische dingen verstopt zaten: een fossiel bos, romantische watervallen zoals je ze alleen in de films vindt, ‘blowholes’, schitterende stranden, zeeleeuwkolonies, enz.






De buldozer was zelfs zo overtuigd van al deze pracht en praal dat ze onze skydive net iets intensiever wou overdoen: we hadden een boterhammeke gegeten op de top van een klif bij de zee, toen ze besloot het stuur over te nemen. En omdat de Yankee nooit half werk doet, zette ze de auto maar in D (bij nen automatiek betekent dit maw vooruit) ipv in R (wat dus achteruit betekend voor de leken en voor Jannicke). We hadden die prachtige landschappen dus bijna vanuit een andere positie bekeken (geen nood jicker, er volgt ook nog een post met alle auto-stoten die ik reeds heb uitgehaald … me dunkt, geen enkele is zo doortastend).

In de late namiddag kwamen we zonder kleerscheuren aan in Dunedin waar Tom en zijn schattig dochtertje, Eva, ons kwamen ophalen. Het werd een bijzonder gezellige avond met …. tararatara, pinguins spotten! Een baby-pinguintje op een halve meter van ons, om bij te smelten gewoonweg! Jammer genoeg geen foto’s, het was te donker … (ik kan jullie dus eigenlijk wijsmaken wat ik wil ;-)).
En dan eindelijk nog eens een gewoon bed om in te slapen …wat doet dat deugd!


Woensdag 18 maart : Rit Te Anau-Invercargill


Onze campingplaats van deze nacht was opnieuw een pareltje (doch muggenparadijs- de wc was zo degutant dat ik wat dieper het bos inging voor de primaire behoeften, dit gepaard gaand met grote schrik voor wat er met mijn edele achterkant zou gebeuren). De ochtend verliep zoals iedere andere ochtend, op het gemakske opstaan (de Yankee zal dit wellicht anders beleven aan het pijnlijke gekreun te horen), ontbijten en vertrekken. Toen ik de sleutel van onze trouwe voiture omdraaide, hoorde ik echter geluiden die een brave metgezel beter niet maakt… oh, help, platte batterij … en dit in the middle of nowhere: 10km gravel voor aan een –relatief- normaal baantje te raken was en uiteraard ook geen bereik met de gsm (dit was het geval voor de meeste andere boerengaten waar we overnacht hebben). Ik zag het scenario al voor mij, vooraleer we hier aan startkabels raken, heb ik iedere rotmug in dit bos geteld (en hopelijk ook geveld) . Tot onze grote verbazing had een van de andere kampeerders die dit hol van pluto gevonden hadden, er wel! Normaal zou deze klus meteen geklaard zijn, ware het niet dat onze auto over 2 batterijen beschikte … en o-zo-logisch zat onze primaire batterij onder de secundaire … je kan je voorstellen, vooraleer we dit Nieuw-Zeelands hersenspinseltje door hadden, waren we een uur verder! In tegenstelling tot wat de meeste lezertjes -enja Franksken, vooral gij- zouden denken, we hebben geen lichten of iets dergelijks laten branden, het was een technisch mankement waarvoor we naar de garage zijn mogen vliegen … hmm, het vertrouwen in auto’s hoort dus al even groot te zijn als het vertrouwen in hun alter ego, de venten!

Soit, eenmaal op route kwamen we op de eindbestemming van de dag, wat in feite een van de meest mottige locaties bleek te zijn waar we ooit zouden terecht komen in Nieuw-Zeeland: geen schoon uitzicht, lelijke Amerikaans-ogende straten en last but not least, lelijke venten… we zitten dan ook aan een van de meest zuidelijke punten van de wereld, wat kan je verwachten! Er stond ons dan maar niets anders te doen dan op internet gaan en het lokale zwembad verkennen (het was er immers het weer voor). Niettemin zijn we hier bijzonder verrast geweest op een manier die we nooit hadden kunnen vermoeden. ’s Avonds wouden we de ‘stress’ van de vandaag verjagen door eens lekker te gaan eten … en ik ben in een van de beste bars beland waar ik ooit geweest ben. Het eten was zó fijn en zó goedkoop dat het nauwelijks te vatten was. De beste mossels ter wereld zijn te vinden in een van de zuidelijkste steden ter wereld, zeg dat ik het gezegd heb! De uitbater bleek een bijzonder sympathieke peer te zijn met een boon voor Vlaanderen. Bij het afrekenen, zei ik al grappen, ‘diner was fantastic, do you have breakfast as well?’ … antwoord: ‘What do you like? Eggs?’ …

dinsdag 17 maart 2009

Dinsdag 16 maart: muggenmiserie


We hadden het lumineuze idee te kamperen op een verlaten site langs Milford Road… bij een gigantisch meer in een bos … wat wil deze combinatie in Nieuw-Zeeland zeggen? Juist, muggen en zandvliegen. Vreselijk, ik heb eerst een uur jacht moeten houden in de auto + overmatig anti-zandvlieg moeten spuiten vooraleer we met een gerust hart konden gaan maffen. (kleine note: eigenlijk weten we nog steeds hoe die little bastards van zandvliegen eruit zien … wat ieder op een vlieg/mug-lijkend insect een potentiële kandidaat maakt en daardoor ook veel nodeloze slachtoffers en stijve rechterarmen veroorzaakt …snif). Niettemin, ik heb een sadistische doch bijzonder effectieve tactiek gevonden om deze snoodaards een kopje kleiner te maken. Eerst en vooral verlam ik ze met de Nieuw-Zeelandse ‘pump-spray insect repellent’ en dan kan ik ze op het gemakje elimineren. Een nadeel, dit verondersteld een stoombad van repellent terwijl op het busje mooi staat vermeld dat ‘excessive use not recommended’ is. Logisch dat Jicksken en ik nu en dan rare en onverklaarbare gedragingen beginnen te vertonen. Nadeel twee is dat onze wagen stillekes aan op een muggennekropool begint te lijken…plezant zenne, word je wakker door het zonneke op je bolletje en is het eerste wat je ziet een paar poten voor je neus met wat verder iets wat ooit een lijf moet geweest zijn … waarschijnlijk wreken die beesten zich nog wel. Volgens mijn goede vrienden de ouwe Grieken, blijft de geest van de overledene rondspoken als die geen begrafenis krijgt. Hmm, geruststellende gedachte … ik begin ineens te begrijpen waarom ik hier geen oog toedoe.


Soit, even serieus, het werd wel nog een plezant dagje. Toen we opstonden vond ik het bijzonder warm buiten wat Jannicke en mij de fantastische ingeving gaf een ochtendlijke zwem- (en was) partij te ondernemen in Lake Te Anau. IJSKOUD bleek die plas … maar omdat we liever geen (oneetbare) champignons wouden beginnen kweken, moesten we even op de klapperende tanden bijten en een plonsje nemen (boven water waren we immers als een biefstuk voor een hongerige restaurantganger).


Goed, we hadden het overleefd. Onderweg naar Milford Sound was de buldozer er nog in geslaagd een boete van $80 voor te snel rijden te verschalken maar de cruise in de fjord zelf deed ons dat allemaal vergeten. Prachtig!




Maandag 16 maart: Queenstown-Te Anau

KLO¨P KLOP (onvriendelijk) … hmm, vreemde droom … njamnjam, verder slapen … KLOP KLOP (onvriendelijker) … huh, what the **** gebeurt er? … KLOP KLOP (agressief)

De slaapkop waarmee ik de deur opende was kolossaal (we hadden dan ook nog maar een uur of 3-4 geslapen) … Ooit als een ‘kwaaie kiwi’ gezien? Waarschijnlijk niet neem ik aan? Ik wel en het is niet schoon! Blijkbaar hadden we overnacht op verboden terrein, een hele hoop gezeik naar mijn warrige kop, veel geknik, deur toe en verder gemaft. Pffft …


Eens wat uitgeslapen, besloten we toch nog enige activiteit te ondernemen en de keuze viel op paarrijden. We kwamen terecht bij de natte droom van iedere paardenliefhebber. Een blonde, jonge, knappe dame die haar droom had nagejaagd, het Belgenlandje vaarwel had gezegd en nu paarden fokt in het prachtige Nieuw-Zeeland. Wat een locatie! Het werd een ritje van 3à4 uur een berg op en af, schitterend gewoon! Ware het niet dat ik natuurlijk een speciale knol toegewezen gekregen had. Tijdens het naar boven gaan, kreeg ik hem bijna niet vooruit, eenmaal boven stonden zijn poten (pardon, voeten) volledig aan de grond genageld en het afdalen kon niet snel genoeg gaan. Madam had haar stal geroken. Koude douche want we gingen nog een omwegje maken via de weiden van de uitbaatster haar andere paarden waar we een draf en gallopje konden uitproberen.

Nog een koudere douche achteraf voor mij: ik geraakte bijna niet meer van die knol. Mijn kont voelde alsof ik … euhm … een halve dag paard gereden had. (zwijg dus maar van de dag erna, ik kon bijna niet meer zitten!)



=> met andere woorden, als zuchten en kreunen doorrijden naar Te Anau, van waaruit de mooie Milford Road naar Milford Sounds leidt.


Zondag 15 maart: Wanaka-Queensland



Na een illegaal verblijfje op een camping rijden we –naast een stop in het charmante Arrowtown- een door naar de stad der kicks, Queenstown. Dit stadje bleek ongelooflijk gezellig en bruisend van leven en daarom besloten we er een ‘chill’-dagje van te maken.

Arrowtown

Arrowtown
Poseren met het levende bewijs van onze jump



Eerst activiteit: de skyline Gondola die een prachtig overzicht bood over Queenstown. Bourgondiërs als we zijn hadden we besloten een combo-ticket te nemen dat ons ook toeliet te lunchen in het restaurant van de skyline. Ik heb nog NOOIT zo goedkoop en zo luxueus gegeten. Het uitzicht was gewoonweg adembenemend, oordeel zelf maar.


Tweede activiteit: hmm … shoppen, we blijven vrouwen nietwaar?


Derde activiteit: het nachtleven in Queenstown verkennen samen met enkele mede-Belgen die we steeds bleven tegenkomen tijdens onze rondreis. Net als de nacht ervoor, bleek iets eigenaardigs: blijkbaar vinden Nieuw-Zeelanders uitgaan na 12u maar niets. Voor 12u is het daar een marginale boel: bezopen kiwi’s die koerswedstrijdjes houden in zwemvliezen (don’t ask!), bompa laweit die zich aan de dames tegoed doet, enz. We waren perplex… en dat werd nog veel erger toen we merkten dat tegen 12u heel de bar leegliep… huh? Niet geklaagd, we vonden nog een bar vol zatte buitenlanders waar we ons konden amuseren…

Een probleem, waar slapen we? In het ochtendgloren vonden we een parking vol campers waar we onze roes konden uitslapen … slaapwel!!